Op uitbouw in Oostende // vooronderzoek

De cijfergegevens

Het eerste wat ik wou en zou weten toen in aan mijn uitbouwavontuur in Oostende begon, was hoeveel jongeren er in elke wijk leven. Deze cijfers haalde ik uit het bevolkingsregister en van de Jeugddienst. De resultaten waren duidelijk voor mij:

  • Opex: 6.029 inwoners, waarvan 2.083 jongeren (van deze 2.083 jongeren is 20% 12-16 jaar, 20% 16-20 jaar),
  • Nieuwe Stad: 1.024 inwoners, waarvan 432 jongeren (van deze 432 jongeren is 23% 12-16 jaar, 40% 16-20 jaar),
  • Vogeltjeswijk: 917 inwoners, waarvan 289 jongeren (van deze 289 jongeren is 24% 12-16 jaar, 30% 16-20 jaar).

Ik koos voor Nieuwe Stad en Opex. In Nieuwe Stad zag ik een grote kans om jongeren te ontmoeten. Bij elk huis waar ik zou gaan aankloppen, kon ik zeker één jongere vinden. Ik moest niet ver stappen of het ver zoeken. Ik had daar een enorme 'jongerenvangst'. In Opex had ik ook een hele grote kans, want aan elke bel dat ik zou trekken, zou er om de 3 huizen een jongere de deur openen.

Vervolgens wou ik weten wat de jongeren in de wijk doen op vlak van werk en school. Deze informatie kreeg ik van het CLB, van de Dienst Onderwijs (in samenwerking met Dienst Jeugd) en de RVA. De cijfers waren niet in hun bezit, daarom overtuigde ik deze diensten dat deze cijfers ook voor hen van groot belang konden zijn.

  • Nieuwe Stad: top 3 12-16-jarigen: TSO, BSO, deeltijds leren en de 16-20-jarigen: deeltijds leren, arbeid, werkloos),
  • Opex: top 3 12-16-jarigen: TSO, ASO, BSO en de 16-20-jarigen: arbeid (vooral visserij, we zitten daar dan ook aan de vissershaven), hogeschool en werkloos,
  • Vogeltjeswijk: top 3 12-16-jarigen: BuSo, BSO, TSO en de 16-20-jarigen: BuSo, deeltijds leren en werkloos.

Voor mij viel de keuze hier voornamelijk op Nieuwe Stad. Ik wil werken met 16-20-jarigen. Dat is mijn persoonlijke keuze. Niet enkel omdat ik goed kan opschieten met 16-plussers, maar voor mij is ook dit de doelgroep van KAJ: arbeiders of werkzoekende jongeren, jongeren die niet meer naar school gaan, daarbij voel ik me het best en met die leeftijd wil ik starten. Ik zag dat de doelgroep in Nieuwe Stad (deeltijds leren, arbeid, werkloosheid) het grootste aantal jongeren telde.

Wat ik ook belangrijk vond, was te weten hoeveel en welke jeugdorganisaties er in de wijk werkzaam zijn. Voor deze informatie begaf ik me naar de Jeugddienst. Ik wou weten wat ze deden, wie ze bereikten en als er concurrentie of samenwerking zou bestaan, zou ik naar de vrijwilligers zelf gaan.

Nieuwe Stad: Arktos heeft hier een tijdelijk project waar vooral blanke gasten tot maximum 17 jaar naartoe gaan. Een samenwerking (op vlak van lokaal en jongeren) was mogelijk.

Opex: Chiro heeft hier twee kleinere afdelingen (één met 32 jongens en één met 15 meisjes). Verder vind je hier een politieke jongerenpartij en een jeugdcafé. Dit laatste heeft 150 ingeschreven leden. Misschien toch concurrentie? Neen, want algauw bleek dat er iedere vrijdagavond gemiddeld 30 gasten aanwezig zijn en dit zijn op de koop toe geen 16-plussers. Een samenwerking bleek mogelijk.

Vogeltjeswijk: in deze wijk is er niets voor jongeren.

Voor mij was dit een moeilijke keuze. Nergens was er tegenwerking of concurrentie voor KAJ. Deze drie wijken zouden, op basis van deze gegevens, een goeie match zijn.

Na alle bovenstaande informatie te analyseren, af te wegen en (letterlijk) de sterktes te kleuren, kwam ik uit bij Nieuwe Stad: heel veel jongeren, arbeiders, werkzoekenden of deeltijds lerenden en een tijdelijke jeugdwerking.

Maar wat zeggen de jongeren eigenlijk? Hoe voelen zij deze cijfergegevens aan? Ik wou weten in welke wijk we als KAJ iets konden veranderen. Ik wou de jongeren zien en horen. Wie zijn ze eigenlijk? Waar zijn ze mee bezig? Hoe beleven ze de wijk? Hoe is hun leefsituatie thuis, op het werk en/of op school? Pas als ik hen ken, als ik weet wat er bij hen leeft, kan ik de jongeren een voorstel doen. Ik ga het hen dus zelf vragen.


De verhalen

De Nieuwe Stad of in de Ostendsche volksmoend: 'de Apenplaneet'

Woensdagnamiddag

Op een zonnige woensdagnamiddag ga ik langs het lokaal van Arktos. Blanke jongeren staan wat bij hun brommers te praten en te lachen. Ik zeg wie ik ben en vraag opnieuw wie ze zijn, of ze naar school gaan of gaan werken, of ze graag in de wijk wonen, wat ze liefst doen in de wijk en wat ze er missen, waar ze mee bezig zijn, met wie ze thuis wonen, enz. Ik praat opnieuw over mezelf (alleen wat ik wil vertellen). Ze vertellen dat er een voetbalplein is waar alleen allochtonen zitten.

Ik ga naar het voetbalplein. Enorm veel jonge allochtonen zijn er aan het voetballen. Ik vraag hen of ik mag meedoen. Ik merk dat ze allemaal Duits praten, dus spreek ik hen ook aan in het Duits. Gelukkig dat ik wat voetbal kan spelen, maar als ik niet zou kunnen voetballen, zou ik gevraagd hebben of ik mee mocht supporteren of telkens om de bal mocht als hij over de hekken vloog.

Vrijdagavond

De appartementen en het Arktos-lokaalIk bel de coördinator van Arktos en nodig mezelf uit om een activiteit van hen bij te wonen. Ik zeg dat ik geïnteresseerd ben in hun werking en in de jongeren waarmee ze werken. Het is heel leuk om er te zien wie een trekker is, wie een doener is en wie een meeloper. Nadien vraag ik de jongeren hoe ze de activiteit vonden of ze er elke week naartoe gaan en waar ze nu, op deze vrijdagavond, naartoe trekken.

De woensdagen of zaterdagen

Ik merk dat het belangrijk is om een routine in de wijkbezoeken te steken. De eerste keer op het voetbalplein zagen de gasten me als een indringer, de tweede keer kwamen ze nog niet naar me toe, maar antwoordden ze al makkelijker op mijn vragen. De derde keer riepen ze al: “Dag Rien!”, de vierde keer riepen ze: “Dag Rien! Hoe is't?”, en de vijfde keer vroegen ze me om mee te voetballen en vertelden ze zelf over hoe het die dag op school, thuis of het werk was. Dit geeft me zo'n goed gevoel.

De Vuurtorenwijk of zoals ze in Oostende zeggen: 'den Opex'

Woensdagnamiddag

Het basketbalpleinIk zie een groep jongeren basketten. Er zijn twee ringen. Er staan twee jongens aan de ene ring te basketten met een blinkende basketbal. De andere ring wordt bespeeld door een groepje van zes jongeren met een versleten basketbal. Ik vraag aan het groepje of ik mee mag spelen. Ze kijken me wat vreemd aan en zeggen: “Ja dan zeker?”. Ik krijg de bal niet, ze kaatsen hem niet terug naar mij. Ik confronteer hen en zeg: “Hé, mag ik eens proberen, ik wil dit ook kunnen zoals jullie dat doen.” Het lot hielp me een handje: ik gooi de bal van op een mooie afstand en hup, in de ring. Het ijs was gebroken: “Wie ben jij?”. Ik zeg m'n naam en vertel dat ik geïnteresseerd ben in hen, dat ik wil weten wat zij van de wijk vinden. Ik praat nog niet over KAJ. Ik vraag hen waar de jongeren in de Opex rondhangen. Zij geven me duidelijke plaatsen aan.

Ik vraag hen wanneer ze op het basketbalplein zitten, zo weet ik waar en wanneer ik hen kan terugvinden als ze me niet van de eerste keer hun contactgegevens zouden willen geven.

Als ik thuiskom, neem ik mijn laptop en schrijf ik de verhalen uit op basis van de notities in mijn boekje. Ik vertel de jongeren ook vooraf dat ik bepaalde zaken ga opschrijven van hetgeen ze me vertellen omdat ik hen interessant vind en wil weten wat we samen kunnen doen in de toekomst.

Vrijdagavond

Jeugdcafé Den AlbatrosEr is een jeugdcafé in de wijk, dat enkel open is op vrijdag van 21–24 uur. Ik ga er alleen naartoe. Aan de bar laat ik een meisje die ook wil bestellen voor. Ze bestelt een cola. Ik zeg tegen de barman: “Doe er maar nog een cola bij en geef mij maar de rekening.”. Ze kijkt me aan en vraagt wie ik ben. Ik pak het terug op dezelfde manier aan als op het basketbalplein, maar vraag hier specifiek waarom ze naar het jeugdcafé gaat en of dit is wat ze wil. Ik stel haar vragen, maar praat ook over mezelf. Wie ik ben, waar ik woon, dat ik benieuwd was naar het jeugdcafé en de wijk.

De woensdagen of zaterdagen

Ik bezoek de hangplaatsen van de jongeren: de plaatsen die de gasten me op het basketbalplein vertelden. Ik vraag de gasten hoe ze thuis leven, of ze werken of naar school gaan. Ik wil weten wat ze in de wijk doen, waar ze naar verlangen in de wijk. Ik vraag ook hoe ze zich hierbij voelen. Opnieuw praat ik ook over mezelf. Ik merk dat ze hierdoor een open houding aannemen. Ik ga ook telkens langs het basketbalplein om de realiteit van de 2 ringen (de rijke ring en de arme ring) te zien en te horen.

Een deelwijk van Stene of 'de Vogeltjeswijk' genaamd

De woensdagen

Onze graffitimuurToen ik daar woensdagnamiddag passeerde, was het ijskoud. Ik zag plots een jongen sukkelen met zijn brommer. Hij bleek op weg te zijn naar het centrum om zijn brommer te laten maken, zo een 5 km te voet. Ik stelde hem voor om die dan in mijn koffer van de auto te steken (gelukkig was het een mini) en vroeg hem waar hij woonde. Doordat het zo koud was, nodigde hij me bij hem thuis uit. Hier zaten een viertal vrienden van hem. We begonnen ondermeer over school, werk en de wijk. Ze praatten honderduit. De volgende keer dat ik er ging, ging het vanzelf: ze riepen me al van ver en begonnen zelf al van alles te vertellen.

Het Westerkwartier

Woensdagnamiddag

Ik fiets zoals gewoonlijk de woensdag rond in Oostende. Het Westerkwartier, mij bekend van het lekkerste pittahuis van Oostende, van het jeugdhuis De Takel waar ik men stage deed, van de bakker waar z'n brood naar vlees smaakt en van de wijk die naast het centrum ligt. Vreemd, bij elke hoek die ik omrijd, kruist een politiewagen me. In elke straat die ik inrij, patrouilleert een combi. Is dit het oefenterrein van de politie geworden? Ik zet mijn fiets aan de kant en wandel door de steegjes. Aan een struik zie ik enkele jongeren dealen, onder de glijbaan op het speelplein zie ik jongeren snuiven. Vreemde sfeer. Toch zie ik een groepje zitten op de bank die sigaretten aan het roken zijn. Ik wil erop toestappen met mijn ideale openingszin: “Heeft iemand een vuurtje?”, maar draai me terug om... “Hé Rien, wat is dat met jou?”, denk ik in mezelf.

Donderdagavond

Ik wist niet goed waarom, maar de drempel om die jongeren aan te spreken, was te hoog. Het was de allereerste keer dat ik dit tegenkwam. Ik moest deze drempel overwinnen en ging donderdagavond terug. Ik had al eerder gehoord van de 'Oostendse Haard', de sociale wijk van het Westerkwartier, en besloot daar naartoe te trekken. Wendy zat te roken en had geen interesse. Als ze wat wou, was het een discotheek, maar ze zat toch altijd in het centrum. Daarna kwam ik Karim tegen, die me net hetzelfde vertelde. Nee, hier voel ik me echt niet goed. Ik heb nogmaals geprobeerd, maar dit was niet de plaats waar ik energie kon insteken.

Weet je, de liefde voor de stad Oostende is wel gegroeid, door de uitbouw waarmee ik bezig ben. Ik besef nu dat Oostende echt een boeiende stad is, dat elke wijk zijn aparte levensstijl heeft, elke buurt zijn apart verhaal. Ik besef dat alle jongeren een deel van hun leven op een andere manier beleven omdat ze in een andere wijk wonen. Ik bekijk alles nu helemaal anders dankzij de verhalen van de jongeren i.p.v. louter oppervlakkig op basis van hetgeen ik gewoon zag of ik las in de krant. Oostende leeft. Luister Oostende, wij, de jongeren en ikzelf, zullen het nog boeiender maken. Komaan gasten van 't Nieuwe Stad.


Nieuwe stad, waarom nieuwe stad?!

Ons voetbalpleinEerst wou ik de Vogeltjeswijk kiezen. Puur intuïtief en het 'zou daar heel gemakkelijk zijn, want de gasten zijn daar al vrienden van me'. Waarom ik dat uiteindelijk niet deed? In de eerste plaats zou dit heel saai zijn. Wat is daar nog boeiend aan? Daarnaast is puur intuïtief denken niet altijd het juiste.

Toen dacht ik aan den Opex. De cijfergegevens gaven een grote kans aan en dan was er nog de kloof tussen arm en rijk.

Pas toen ik de cijfergegevens én de verhalen én de combinatie van deze twee grondig en doordacht bekeek, kwam ik uit op het Nieuwe Stad.

G., 16 jaar doet deeltijds leren

“Ik weet niet goed wat ik wil. Als ik op school zit, wil ik werken. Als ik werk, wil ik naar school. Ik voel me nergens echt vrij. Het liefste zou ik willen doordoen zoals met de groep jongeren van Arktos, doordoen met een groep en samen dingen doen! Ik en mijn vrienden voetballen graag, maar het is niet fijn dat alle allochtonen het voetbalplein elke avond bezetten. We zouden kunnen samenspelen, maar er is geen plaats meer vrij!”

R., 17 jaar doet houtbewerking aan het VTI

“Ik volg houtbewerking en doe dat graag, maar toch zou ik liefst van al met mijn handen werken in plaats van met machines. Ik vind dat wij, de allochtone jongeren, slecht zijn. Veel allochtone jongeren hier stelen en vechten, het zijn die allochtonen die niet voetballen met ons en niets om handen hebben. Van zodra iemand een kleurtje heeft, kijken de blanken hem boos aan. Ik voetbal elke avond met de allochtone jongeren. Zelf zit ik niet in een vereniging omdat ik zelf wil kiezen wat ik die dag wil doen. Dan trommel ik gewoon mijn vrienden op en doen we samen ons ding.”

T., 17 jaar doet houtbewerking aan het VTI

“Ik volg houtbewerking, maar eigenlijk weet ik niet wat ik wil doen. Ik kan moeilijk kiezen tussen schilder, plakker, bouwvakker, hout en carrosserie. Ik ben hier de enige blanke jongen die allochtone vrienden heeft. Ik voetbal met hen en ze accepteren me volledig. Oké, in het begin liep dat moeilijk, maar nu is het super. De blanke en allochtone wereld zijn twee gescheiden werelden. Jammer, want ze zijn beiden tof. We zitten toch allemaal in hetzelfde schuitje: hier in deze wijk zijn we allemaal niet rijk. Ooit ging ik enkele keren naar de Chiro. Naarmate ik de jongeren er beter leerde kennen, voelde ik me er minder goed. Ik voelde me zo anders: zij zijn slim, hun ouders zijn niet gescheiden en ze hebben veel geld.”

Voor mij zal T. een belangrijke figuur worden in de kernvorming. Hij is de enige met allochtone én autochtone vrienden. G. wil wel samen voetballen, maar vraagt het hen niet. R. wil ook overeen komen met de blanken, maar doet het ook niet. T. wil én doet. Hij is de blanke die R. kan overtuigen om G. mee te vragen op het voetbalplein. Zo kan G. in het begin zijn blanke vrienden meevragen en R. zijn allochtone vrienden. De gemeenschappelijke realiteit in hun school- en werkleven is dat ze allemaal niet goed weten waar ze naartoe willen. De gemeenschappelijke interesse is voetbal.

Plaats reactie