Op uitbouw in Oostende // vooronderzoek

Nieuwe stad, waarom nieuwe stad?!

Ons voetbalpleinEerst wou ik de Vogeltjeswijk kiezen. Puur intuïtief en het 'zou daar heel gemakkelijk zijn, want de gasten zijn daar al vrienden van me'. Waarom ik dat uiteindelijk niet deed? In de eerste plaats zou dit heel saai zijn. Wat is daar nog boeiend aan? Daarnaast is puur intuïtief denken niet altijd het juiste.

Toen dacht ik aan den Opex. De cijfergegevens gaven een grote kans aan en dan was er nog de kloof tussen arm en rijk.

Pas toen ik de cijfergegevens én de verhalen én de combinatie van deze twee grondig en doordacht bekeek, kwam ik uit op het Nieuwe Stad.

G., 16 jaar doet deeltijds leren

“Ik weet niet goed wat ik wil. Als ik op school zit, wil ik werken. Als ik werk, wil ik naar school. Ik voel me nergens echt vrij. Het liefste zou ik willen doordoen zoals met de groep jongeren van Arktos, doordoen met een groep en samen dingen doen! Ik en mijn vrienden voetballen graag, maar het is niet fijn dat alle allochtonen het voetbalplein elke avond bezetten. We zouden kunnen samenspelen, maar er is geen plaats meer vrij!”

R., 17 jaar doet houtbewerking aan het VTI

“Ik volg houtbewerking en doe dat graag, maar toch zou ik liefst van al met mijn handen werken in plaats van met machines. Ik vind dat wij, de allochtone jongeren, slecht zijn. Veel allochtone jongeren hier stelen en vechten, het zijn die allochtonen die niet voetballen met ons en niets om handen hebben. Van zodra iemand een kleurtje heeft, kijken de blanken hem boos aan. Ik voetbal elke avond met de allochtone jongeren. Zelf zit ik niet in een vereniging omdat ik zelf wil kiezen wat ik die dag wil doen. Dan trommel ik gewoon mijn vrienden op en doen we samen ons ding.”

T., 17 jaar doet houtbewerking aan het VTI

“Ik volg houtbewerking, maar eigenlijk weet ik niet wat ik wil doen. Ik kan moeilijk kiezen tussen schilder, plakker, bouwvakker, hout en carrosserie. Ik ben hier de enige blanke jongen die allochtone vrienden heeft. Ik voetbal met hen en ze accepteren me volledig. Oké, in het begin liep dat moeilijk, maar nu is het super. De blanke en allochtone wereld zijn twee gescheiden werelden. Jammer, want ze zijn beiden tof. We zitten toch allemaal in hetzelfde schuitje: hier in deze wijk zijn we allemaal niet rijk. Ooit ging ik enkele keren naar de Chiro. Naarmate ik de jongeren er beter leerde kennen, voelde ik me er minder goed. Ik voelde me zo anders: zij zijn slim, hun ouders zijn niet gescheiden en ze hebben veel geld.”

Voor mij zal T. een belangrijke figuur worden in de kernvorming. Hij is de enige met allochtone én autochtone vrienden. G. wil wel samen voetballen, maar vraagt het hen niet. R. wil ook overeen komen met de blanken, maar doet het ook niet. T. wil én doet. Hij is de blanke die R. kan overtuigen om G. mee te vragen op het voetbalplein. Zo kan G. in het begin zijn blanke vrienden meevragen en R. zijn allochtone vrienden. De gemeenschappelijke realiteit in hun school- en werkleven is dat ze allemaal niet goed weten waar ze naartoe willen. De gemeenschappelijke interesse is voetbal.

Plaats reactie