Zaterdag 14 mei 2016: Vandaag snuiven we de lokale cultuur op.  We bezoeken de archeologische site van de pre-Inca "Moche"-cultuur in Lambayeque. Het museum werd pas in 2002 opgericht en wordt gezien als het mooiste museum in Peru. Het moderne museum en de weelde van de schatten staan in fel contrast met de realiteit van de lokale bevolking. In de namiddag bezoeken we de markt Moshoqueque van Chiclayo. Daar werd in september 2015 samen met JOC de eerste echte vakbond voor lastdragers (jovenes estibadores) opgericht. Lastdragers zorgen ervoor dat het fruit van de vrachtwagens naar de markt gebracht wordt. 65% van de lastdragers is tussen 14 en 25 jaar oud. Drukte, chaos en verbeten gezichten overspoelen ons. De jongeren versleuren tussen 80 en 130 kg fruit, dit met oude karren op onverharde wegen. Als ze ongeveer 300 ananassen vervoeren, verdienen ze 5 sol (1,2 euro).

We interviewen Leiner, een jongen van 23 jaar die al elf jaar fruit verkoopt op de markt. Hij staat hier elke dag van de week, van 5u 's morgens tot 19u 's avonds. Zijn loon is afhankelijk van het aantal fruit dat hij verkoopt en ligt tussen de 50 en 60 sol per dag (15 à 20 euro). Hij zegt hiermee genoeg te verdienen omdat hij nog bij zijn ouders inwoont, zij staan zelf ook op de markt fruit te verkopen. Hij droomt om ooit een auto te kunnen kopen en meer te verdienen en om zo zijn familie te kunnen helpen. Leiner heeft zijn middelbare school kunnen afmaken en wist zijn studies met zijn werk te combineren. Hij geeft aan dat hij dit werk graag wilt blijven doen, maar dat hij momenteel niet bij een vakbond zit.

Later ontmoeten we Maria en Nancy, twee vrouwen die ervaring hebben als huispersoneel en verenigd zijn door de vakbond 'Fintrahogar'. Vijf jaar geleden werkten 300 000 jongeren tussen 14 en 29 jaar als huispersoneel, waaronder 95,6% vrouwen. Nu is dat getal vermoedelijk nog gestegen. Problemen die deze meisjes en vrouwen ondervinden zijn discriminatie op basis van gender (vrouwen verdienen minder dan mannen) en seksueel misbruik. JOC Peru voert actie door de meisjes op te leiden over arbeidsrechten en waardig werk. Eerst werken ze aan de vertrouwensband met het huispersoneel en maken ze hun bewust over het nut om zich aan te sluiten bij een vakbond. Dit is vaak moeilijk, veel meisjes hebben schrik om ontslagen te worden als ze dit effectief doen. JOC leert hen zich te verdedigen tegen hun baas en sterker in hun schoenen te staan.

Een paar getuigenissen:

Maria: Ik werk sinds mijn 14 jaar als huispersoneel. Dit is door mijn moeder geregeld in een mondelinge overeenkomst. Ik woon in bij het gezin en maak veel overuren en krijgt weinig verlof. Mijn loon is 500 sol per maand. Ik realiseer me dat ik één van de gelukkigen ben die voor dit werk een hoog loon krijg.

Nancy: Ik heb ook als huispersoneel gewerkt, maar moest een andere job zoeken omdat ik aan een gezin wou beginnen. Ik werk elke dag als kookin in een restaurant voor een loon van 35 sol per 8 uur werk. Overuren krijgt ik niet uitbetaald. Ik durf mijn baas hierover niet aanspreken. Ik weet toch dat dit niets gaat uithalen.

Maria en Nancy voeren actie door te vergaderen met de vakbond en 'vreedzame marsen' te doen. Hierbij hopen ze te komen tot een uitvoering van een reeds bestaande wet omtrent het minimumloon in Peru, dat 850 sol per maand bedraagt. Een gemiddelde vrouw verdient als huispersoneel in Chiclayo tussen 100 en 250 sol per maand, in hoofdsteden zoals Lima kan dit oplopen tot 457 sol. JOC Peru en de vakbond streven naar het ratificeren van Conventie 189 van de internationale arbeidsorganisatie voor een betere bescherming en werkomstandigheden voor het huispersoneel.

We nemen na een vluchtig diner afscheid van Chiclayo en vertrekken met de bus richting Bagua Grande.

Tot morgen!